Waarom blond soms niet goed genoeg is

Pleidooi voor meer grijze haren aan de vergadertafels

Wat zie je er goed uit.  Tja, mijn ontspanning werkt in alles door. Als zelfs zij het ziet. Opgeloste zorgen zijn de beste zorgen, zeggen we in koor.

En opgelost is het. Dat zware gevoel. Onvindbaar, net als die glimlach uit mijn poeziealbums:

A smile is quite a funny thing

It wrinckles up your face

And when it is gone

You can never find,

its secret hiding place.

En, wat heb je ervan geleerd? Poeh.  Ik ben te tevreden met mijn ontspannen staat voor die vraag.

Tot een paar dagen later. Ik lees een verhaal over de rol van grootouders in een stokoude cultuur. Sommige opvoedkundige zaken lagen daar in oude handen. Kleinkinderen doorgronden, hen in staat stellen zelf hun karakter te vormen, was hùn taak.

No way dat gewone ouders zich daarmee bezighielden. Die beperkten zich tot huis, tuin en keuken thema’s.

Ouders zijn simpelweg niet berekend op die andere taken, zo lees ik. Te weinig levenservaring. Ouders weten alleen nog maar hoe het is om kind te zijn, en beginnend ouder.

Voor sommige taken moet je eerst dat ouderschap voorbij zijn. Heb je grijze haren nodig. What the elders see while sitting,  the young ones standing on their toes won’t see.

Onervaren blonde haren zijn dus niet voor elke ouderlijke taak geschikt. Voila mijn les.

Zou dat ook aan de vergadertafel gelden? Dat je voor sommige thema’s eerst grootouder moet worden?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *