Oh nee, zou ze willen dat ik haar hand vasthoud?

geen

Leer als hulpbieder toch vragen wat de ander wil.

Ik sta te poetsen. Het aanrechtje met de felgele bak voor gebruikte naalden is blinkend schoon. Niet dat het te zien is, het licht is hier gedempt. Het is nacht in het ziekenhuis. Maar ik doe het al zo lang, dat het wel kraakhelder moet zijn.

Niet zoveel actie, je patiënt heeft rust nodig. De nachtzuster maakt een eind aan mijn schoonmaakwoede. Ga liever zitten. Naast die zo uitzichtloos zieke jonge vrouw in de piepkleine kamer. Het komt haar goed uit dat ik als leerling boven de bezetting meedraai. Nu kan iemand de hele nacht een oogje in het zeil houden.

Ze is wakker. Zoekt mijn blik. Vermoeide ogen boven een zuurstofmasker. Ik zet het op een praten. Lig je wel lekker? Wil je je kussen anders? Heb je het niet te warm? Maar ook hier maakt de nachtzuster een einde aan.

Stil zitten is het motto. Ongemakkelijk luisteren naar alle geluiden. In mijn ooghoek zie ik dat haar hand mijn kant opkomt. Zou ze willen dat ik haar hand vasthoud? Oh, wat lastig.

Tientallen jaren brengt een opmerking deze nacht terug in mijn herinnering.  Een vriendin heeft het over Geweldloze Communicatie in de zorg. Dat zouden ze in de opleiding al moeten leren.

Zou het een andere nacht zijn geweest met die kennis op zak? Mijn eigen gevoelens helder en opzij gezet. En een echt luisterend oor voor de ander? Was het een andere zit geweest?

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *